Crying with our caps on…

In alle ziekenhuizen die we bezochten, werd ons aangeraden om te spreken met de verantwoordelijke van de medische activiteiten in de de regio: de RMO (Regional Medical Officer). Deze arts, die blij was dat hij zijn Frans nog eens kon bovenhalen, ‘overtuigde’ ons om ook het ziekenhuis van Babati aan te doen. We zouden namelijk ook in het Noorden in staatsinstellingen moeten werken.

Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat het bezoek van Bababi voor Bart en mij een ontstellende ervaring was. Het ziekenhuis was zo slecht ingericht (zoals de OK lamp en de operatietafel getuigen) dat je je moeilijk kon voorstellen dat de patiënten niet zieker uit dan in het ziekenhuis gingen. Ik heb al heel wat erbarmelijke toestanden gezien maar een operatiekwartier waar ik met twee foto’s alle apparaten kon fotograferen, dat was een primeur. Cynisch was dat het anesthesietoestel (te zien op de eerste foto) ook nog eens stuk was…

Dat was dan nog alleen het operatiekwartier, in de zalen was het ook huilen met de pet op. De mensen konden wel TV kijken in elke zaal (investering in een grote schotelantenne en 10 tallen TV’s) maar de TBC afdeling was niet eens afgeschermd van de rest van de zaal (foto hieronder laat TBC ‘afdeling’ zien). Gevallen met open TBC hoesten in dezelfde lucht die 0,5 meter verder werd ingeademd door patiënten met zware malaria…een wonder dat ze nog niet spraken van een epidemie.

Al het medische personeel was naar Arusha geroepen voor één of andere vergadering van het ministerie dus tot overmaat van ramp waren er geen mensen om de zieken te verzorgen…Wij durven vermoeden dat de ziekenhuisdirecteur zo zijn eigen prioriteiten heeft en waarschijnlijk zelf graag TV kijkt.

Gelukkig dat we op de terugweg een mooi tapijt konden kopen voor onze chauffeur zodat we onze reis niet helemaal in mineur moesten afsluiten. En om alles weer goed te maken werden we onverwachts door Sr. Phyllis naar de luchthaven gebracht. Ik kon mijn favoriete zuster nog een keer in de armen sluiten en denken: “Home, here I come!” 

Met deze laatste zinnen neem ik afscheid van al mijn trouwe bloggers:

Bedankt allemaal, het was fijn jullie medeleven te lezen en te voelen. Tot binnenkort in levend en wel in  la douce Belgique!

June 25, 2008 at 2:08 pm Leave a comment

My favourite sister.

Eindelijk konden Sister Phyllis en ik mekaar in de armen sluiten. De warme mails hadden ons beiden vervuld met een blijde verwachting en het was fijn om te babbelen en plezier te maken met iemand waar je zo lang mee mailt. Sr. Beauty (mijn koosnaampje voor haar) was wel een beetje teleurgesteld toen ze mij zag…Ze had zich namelijk een ander beeld van mij gevormd: ”I thought you were a huge lady.” Niet gewoon dik dus, maar enorm. Zij zelf legt inderdaad wat meer gewicht in de schaal dan ik…

Het bezoek van het St-Elisabeth Hospital was een waar genoegen. De mensen waren eerlijk in hun opmerkingen en open in hun suggesties om de samenwerking te verbeteren. ”We are having a little problem with the administration.” Was wel de understatement van de reis maar Bart was aangenaam geboeid door het labo. 

En Sr. Phyllis en ik waren onder de indruk van Bart ;-)

Het St-Elisabeth ziekenhuis richt zich tot de armsten van de stad Arusha en dat is te merken aan de patiënten die het ziekenhuis bezoeken. Ook hier zit de wachtzaal van de VTC (voluntary testing and councelling) bomvol al is deze dienst voor Aidspatiënten gevestigd in twee containers die zijn omgebouwd tot consultatieruimtes.

De mensen die we onderweg tegen kwamen waren vol van de zending plastische chirurgie die AZV er begin 2008 organiseerde. Patiënten kwamen van 100′den kilomters om ons team te zien. Sr. Beauty vertelde dat ons team geraakt was door de patiënten die van Tanga kwamen. Tanga ligt aan de kust van Tanzania, zo’n 400km verder weg!! 

We mochten mijn goedlachse zuster niet verlaten zonder eerst samen te eten: Sr Phyllis bestelde een halve kilo vlees en ugali (een pap van maïsmeel). We wisten al gauw waar haar kilo’s vandaan kwamen :-)

Volgende blog = laatste blog: RMO (Regional Medical Officer) stuurt ons naar Babati, een nieuw ziekenhuis.

June 22, 2008 at 2:03 pm Leave a comment

Learn how to fly…

Op Bieke haar vliegkunsten is weinig aan te merken, behalve dan misschien dat ze de vlucht dubbel zo lang deden lijken. Het uitgestrekte landschap had een zoveelste filosofische uitwerking maar de luchtzakken brachten me terug naar de realiteit. We zaten wel degelijk in een vliegtuig boven het uitgestrekte Tanzania, dat eruit zag als een bruine lappendeken waarin kleine groene stukken bewerkte aarde en nederzettingen getuigden van menselijke aanwezigheid. Is dit nu een land van boeren, of van veetelers? Beiden waarschijnlijk? En hoeveel zieken gaan er daadwerkelijk de hulp van een dokter opzoeken? Filosoferen, zei ik toch…

 

Onze landing in Ndala zorgde in een mum van tijd voor bekijks, waarschijnlijk zelfs meer dan in Makiungu. Max, de Nederlandse dokter, stond al klaar om ons een warme ontvangst te geven. Hij had een prima schema geregeld, waarbij we tijdens het avondeten reeds met het ziekenhuispersoneel in Ndala een constructieve vergadering hadden.

De stroomgenerator werd stipt om 22u  uitgezet, waardoor vroeg naar bed gaan een vrij evidente optie was. De nacht had echter nog een verrassing in petto. Nooit gedacht dat ik in de Tanzaniaanse brousse voor het eerst in een waterbed zou slapen, hier achtergelaten door een Nederlands dokterskoppel. Ik kwam alvast het bed uitgesurft na een nacht vol golfsslag.

 

Ndala hospital bleek inspiratiebron te zijn voor een uitgebreid bezoek, en we hadden het geluk dat de commentaren van Max als achtergrondinformatie dienden. Het ziekenhuis had een aantal noden waarbij AZV een ondersteunende rol zou kunnen spelen. Waarvan akte.

 

Bye bye Ndala. Bye bye Max en wuivende kindjes. Op weg naar Arusha nog een tussenlanding in Endulen op de flanken van de beroemde Ngorongorokrater met zebra’s en koeien naast de landingsstrook en een indrukwekkend landschap. ‘We’ve got another emergency’ We pikken hier nog een patiënte op, een jongedame die dringend medische zorgen nodig heeft in Arusha.

 

Een uur later landen we op Arusha Airport, wat het eindpunt betekende van de laatste vlucht van Rebecca als piloot voor Flying Medical Services, een wapenfeit dat ze in de verf zette met een scheervlucht over de landingsbaan.

Welcome (back) to Arusha, the Geneva of East-Africa.

June 18, 2008 at 6:58 pm 2 comments

Landing in no man’s land

Bieke heeft me gevraagd over onze spannende noodlanding te schrijven. Voor de sensatiebeluste en zelfs de gevoelige lezer: wees gerust, de term noodlanding is gebruikt om ons lezerscijfer omhoog te krikkenJ
 

Op weg van het pittoreske en afgelegen en sterk door de Masaï bezochte ziekenhuis te Wasso ging de tocht verder naar Haydom. Wegens een onvoorziene medische urgentie was de piloot echter verplicht een extra aantal vluchten uit te voeren, waardoor er niet genoeg brandstof over bleek te zijn voor onze volgende oversteek. Het klinkt spectaculair, maar een goed berekende tussenstop gaf ons de mogelijkheid extra brandstof te tanken. Tot zover de noodlanding. Wat het plaatje echter extra mooi maakte was het feit dat deze tankbeurt in het midden van de uitgestrekte Serengetivlakte diende te gebeuren op een stofferige landingspiste met grazende (is deze term in dit geval van toepassing?) giraffes als statige getuigen. Na de vervlogen regens van maart en april lag de savanne er opnieuw droog bij, met hier en daar wat verdwaalde grazers en hun eters.

 

  

Als extra passagier stapte een fiere Masaï moeder op. Ze moest dringend een operatie ondergaan in het beter uitgeruste ziekenhuis van Haydom. Het was haar allereerste keer in een vliegtuig maar zelfs na een rijk gevuld leven in en op de Serengeti was ook zij nog met verstomming geslagen door de grootsheid van deze vruchtbare vlakte.

  

Een klein uur vliegen en een vlekkeloze landing later stonden we met beide benen in het door Noren gerunde districtshospitaal van Haydom. We kregen een uitgebreide rondleiding door de Human resources manager van het ziekenhuis en we werkten aan een interessante synthese met de directeur en zijn assistent. Na dit aangenaam en copnstructief bezoek bevonden we ons weer op de landingsbaan, aan het wachten op het éénmotorige vliegtuigje dat algauw over het rustige dorpje aan kwam scheren. De piloot was tijdens ons bezoek alweer heen-en-weer gevlogen voor een andere dringende medische interventie en kwam ons nu weer oppikken voor de vlucht naar Makiungu. Het is ons deze reis erg duidelijk geworden dat de piloten van FMS echt vliegende ambulanciers zijn. 

   

In Makiungu komen duidelijk minder vliegende Bazungu. We moesten ons aan een strikt tijdsschema houden omdat er geen garantie was op een landingsstrook gevrijwaard van geiten en koeien. Achteraf bleken het vooral nieuwsgierige kinderen te zijn die voor een warm welkom zorgden. De Maltese zuster Maria die het ziekenhuis leidt, is levende reclame voor het Mediterraanse eiland Malta, dat naar verluidt van een niet te evenaren charme zou zijn. Misschien een tip voor Artsen Mét Vakantie

Met een imposante dosis enthousiasme gaf de bezige Maria ons een rondleiding door het ziekenhuis. We wisten achteraf niet goed waar AZV het meest van betekenis kon zijn in dit hospitaal, en na afscheid genomen te hebben van onze sympathieke gastvrouwen maakten we nog een laatste scheervlucht over dit brousseziekenhuis met haar hobbelige landingsbaan en enthousiast wuivende toeschouwers. Ditmaal richting Ndala, in de streek van het legendarische Tabora. 

Wordt vervolgd…

June 17, 2008 at 7:16 pm 3 comments

Flying With FMS

Voor we op de Cesna van Flying Medical Services konden stappen in Arusha Airport, werden we vanuit Kilimanjaro Airport opgehaald door een priester van ‘the Spiritan House’. Op het bordje van Father Shoua (of zoals hij zelf zei ‘Father Shower without the R’) stond in grote letters ‘Beaker’ (beker). Dus de communicatie verwarring ging verder en ik ga hier dus door het leven met de zelfde naam als de assistent van de verstrooide professor in de Muppets. Maar ik miep gelukkig nog niet zo en ik heb ook geen plannen om mijn blonde lokken te vervangen door een pluis rood piekhaar ;-)

Maar goed, dankzij Vader Douche kwamen we veilig aan in Arusha waar Rebecca – onze sympathieke piloot te zien op de foto hierboven- ons kwam ophalen, eerst met de jeep en dan met ons eigen privé vliegtuig…of moet ik zeggen vliegtuigje want veel groter dan een jeep was het niet. Dat privé had al meteen zijn voordelen Rebecca was vriendelijk genoeg om rond de nog rokende krater te vliegen, van de vulkaan die eind vorig jaar is losgebarsten. Goed dat Pascale (mijn collegaatje met vliegangst) er niet bij was ;-)

Een fijne verassing was dat Lennerd – die ik vorig jaar in Wasso leerde kennen cfr foto - er ook bij was. Zo kon ik met die nieuwe directeur het programma van de volgende jaren bespreken en met Lennerd de evaluatie van de vorige zending. Over het algemeen liepen de gesprekken goed ook al moest Mama Mbisa (de matron) toegeven dat de borstpomp van AZV niet meer in gebruik was wegens de nationale politiek om geen flesvoeding te geven. Het zou te veen infecties geven. Dus nu gaan de Masaï babies van vrouwen die te weinig melk hebben niet meer dood aan infectie maar wel van de honger…

Zoals steeds na een bezoek gingen Bart en ik hard aan de slag om het verslag al te maken. Ja hoor Jan (hi boss) we gedragen ons zeer goed.

Gelukkig was er ‘s avonds een gezellige BBQ om Lennerd’s terugkeer te vieren…daar konden we bij de ‘Serengeti’s’ verhalen horen van een Masaï die wist wat je moest doen als je aangevallen wordt door een leeuw.

Lions be awere! Bieke and Bart are still in Tanzania! Volgende keer op de blog: Noodlanding in een wildpark. Hopelijk tot dan fijne vrienden allemaal!

June 16, 2008 at 8:03 pm 1 comment

Flying with KLM

Acht uur op de vlieger zitten dus ook even tijd om iets voor de blog te schrijven. Wat het meest grappige situaties oplevert in Afrika zijn de cultuurverschillen en de communicatiestoornissen. Op deze reis begon het al goed: toen Bart informeerde wanneer de lunch geserveerd werd, vroeg de Hollandse stewardess: “What did you want to know?!” Een voorbode van een gezellige spraakverwarrende reis…? 

 

Ik moet bekennen dat het zwaarste van deze reizen voor mij is dat je ze zonder je geliefden moet maken. Het zwaarste is niet de uren vliegen en wachten in luchthavens en busstations, niet het uren zitten schokken in een jeep, niet de diarree of de vuile lakens. Het moeilijkste is het getuige zijn van armoede en lijden zonder je favoriete schouder om op uit te huilen en de onvergetelijke ervaringen die je meemaakt zonder de mensen van wie je houdt.

Ook al doet AZV veel om het lijden van veel mensen te verlichten, je ziet vaak zo veel andere problemen en wantoestanden waar je machteloos tegenover staat. Zoals hier in Makiungu waar ze wel fondsen krijgen voor de medicatie van Aids-patiënten maar geen geld om ze te voeden… Dus de patiënt wordt beter en krijgt weer eetlust maar heeft niets om te eten.

 

Gelukkig kan ik dankzij deze blog mijn ervaringen met véél mensen delen dat maakt de reis dan ook weer wat aangenamer. Ik ben blij dat ik nog even met jullie gesproken heb en dat ik weer met een wat lichter hart mijn volgende bezoek kan plannen.

En wat ik nog even tegen mijn jongens wil zegen: alles wat ik meemaak samen met jullie is 1000 x mooier! Ik denk nog steeds aan het kikkervisje dat we samen hebben gevangen en dat op één dag een mini kikkertje is geworden dat perfect is in zijn eenvoud.

Volgende keer op Bieke en Bart in Tanzania (waarschijnlijk maandag 16/06): Flying with FMS!

 

Tot maandag

June 14, 2008 at 11:47 am 1 comment

Eind Race…

‘Dus schatje, jij gaat morgenávond jouw valies maken?!’ vroeg Roeland me gisteren. Hij is al voor mij aan het panikeren want ik maak áltijd mijn valies pas de avond voor vertrek. En daar is niks mis mee  want zoals mijn moeder zegt: ‘Als je maar je ticket en je paspoort hebt, de rest kan je allemaal kopen.” Nu is dat in de Noordelijke rurale ziekenhuisjes van Tanzania wel wat minder waar dan in Casa Blanca.  Dus het wordt toch weer lekker ouderwets crossen om alles in orde te krijgen.

Het is geen Casa Blanca, het Noorden van Tanzania: je hebt er amper electriciteit, geen stromend water en dus ook geen supermarkt. Het is een regio van God en Pier verlaten waar mensen eerder interesse hebben in de gezondheid van beesten dan in die van de Masaï. De luxehotels in de parken staan in schril contrast met de armoede in de ziekenhuisjes: daar is het een kwestie van improviseren om toch nog enigszinds tegemoet te komen aan de basisnormen van hygiëne. De bevolking waar de ziekenhuizen voor instaat, is arm. De Masaï zijn een boerenvolk dat vaak betaalt in koeien en schapen. Dat maakt dat vele van de kleine gezondheidscentra moeten krabben om rond te komen. Maar mooi om te zien zijn de Masaï wel, trots en met een blik die door het leven is getekend ook al zijn deze meisjes maar 17 jaar.

In deze kleine dorpjes heb je dus ook geen cybercafé. Ik blog vandaag dus maar even gauw want de eerste 4 dagen zitten Bart en ik op het kleine Cesna vliegtuigje van FMS (Flying Medical Service) om samen met de piloten van deze kleine Amerikaanse organisatie de afgelegen ziekenhuizen te bezoeken die rond Arusha liggen.  Het is wel een heel speciale manier van werken. Eerst circelt de piloot over het ziekenhuis om onze komst aan te kondigen (foto 1: rechts in de hoek zie je het ziekenhuis van Haydom), dan zegt hij lachend ‘Here is the aiport.’ (foto 2: zoek de strook waar het gras wat korter is dan elders) en na een hobbelige landing staat er een heus welkomscomité op ons te wachten (foto 3: zowat alle inwonders van het dorp van Makiungu). Iedereen is blij om je te zien want ze zien hier maar af en toe een nieuw gezicht. Na een hartelijk bezoek van het centrum en overleg met de verantwoordelijken is er tijd voor de onvermijdelijke afscheidsfoto (foto 4: let op de man met kalasjnikov die de geiten doodschiet die van de startbaan durven grazen en die ons vliegtuigje ‘s nachts bewaakt).

 

Ik beloof in ieder geval plechtig dat ik na het weekend alle cowboy- en aangrijpende verhalen met jullie zal delen. Ik ga me in daar in ieder geval solidair voelen met thuis want onze netwerkkabel is kapot dus ik hoop maar dat mijn jongens een mogelijkheid vinden om te bloggen…

Tot maandag en een prettig weekend voor jullie allemaal,

Bieke

June 10, 2008 at 8:51 am 3 comments

Onze evaluatiereis

Het is met pijn in het hart maar ik neem gedeeltelijk afscheid van mijn regio omdat ik de piloot zal worden van de nieuwe website van AZV. Dat is ook de reden dat mijn co-piloot voor deze reis naar Tanzania van 11 tot 20 juni mijn nieuwe collega Bart zal zijn. Als je hem wilt leren kennen lees dan onze ‘About’ pagina.

We zouden ons moto: “AZV werkt op vraag van de Afrikaanse ziekenhuizen” geen eer aan doen als we niet regelmatig met onze partner ziekenhuizen zouden overleggen. Ons doel is om samen met onze Afrikaanse collega’s artsen en verpleegkundigen te evolueren naar een ruimer en kwalititief aanbod van zorgen aan de mensen van arme regio’s. Onze samenwerking loopt over verschillende jaren en om de twee jaar gaan we eens in levende lijve praten met het personeel en directie van ons Afrikaans partnerziekenhuis. Onze partners appreciëren deze participatieve aanpak ten zeerste omdat zij zelf verantwoordelijk blijven voor hun project.

pascal

“MSV is zoals een regenbui.” vertelde Dr. Pascal (directeur van het ziekenhuis van Mibilizi Rwanda) mij vorig jaar in november toen ik met Jan op het terrein was: “Gedurende een korte periode regent het kennis op ons ziekenhuis. Deze kennis dringt langzaam in de bodem en staat ons personeel toe om te groeien.” Ik kan geen mooiere vergelijking verzinnen om aan te tonen dat hoewel onze teams op het terrein gaan voor een korte periode, zij het personeel nieuwe technieken leren die de werking van een ziekenhuis voor altijd veranderen. Het personeel is vaak laaiend enthousiast over het feit dat mensen die in een rijk land leven hun vakantie opgeven om in een arm land te gaan werken naast hun Afrikaanse collega’s.

Als project coördinator is het voor mij essentieel dat ik dezelfde omstandigheden geleefd en gewerkt heb als mijn vrijwilligers. Maar het is natuurlijk ook fijn om kennis te maken met mensen waar ik al langere tijd mee mail of bel. Zoals Sr. Phyllis die met haar ongebreideld enthousiasme meteen mijn hart heeft gestolen. Zo dacht ze dat ik al in Tanzania was, terwijl ik eigenlijk nog niet vertrokken was. Toen ik me excuseerde voor het misverstand schreef ze: “There was nothing to forgive, it was only anxiety because of longing to see my great friend. Do not worry, my heart is big enough to host you.”

June 6, 2008 at 2:48 pm 13 comments


Categories

  • Blogroll

  • Feeds


    Follow

    Get every new post delivered to your Inbox.